§2.1 Sociale controle

De Online Portal van het vak maatschappijwetenschappen

Uit de eindtermen (14.4)

Sociale controle heeft een functie bij het handhaven van de binding in de samenleving: mensen halen andere mensen over zich op een bepaalde manier te gedragen.

De manieren waarop mensen anderen ertoe brengen of dwingen zich aan de normen of regels te houden, zijn vormen van sociale controle. Formele sociale controle heeft betrekking op activiteiten van personen of instanties die op grond van formele wetten, besluiten of statuten de taak toebedeeld hebben gekregen ervoor te zorgen dat mensen zich aan de regels houden. Deze regels zijn vaak eveneens formeel vastgelegd. Met informele sociale controle wordt gedoeld op spontane activiteiten van mensen in het leven van alledag, die anderen ertoe brengen of dwingen om zich aan normen of regels te houden. Formele sociale controle wordt uitgeoefend door mensen die zich beroepen op hun positie binnen een groep/organisatie (waarvan het gecontroleerde individu deel uit maakt).

Sociale controle kan naast positieve ook negatieve effecten hebben. Op de eerste plaats doordat sociale controle de persoonlijke vrijheid en ontplooiing kan inperken. Verder bestaat de kans dat sociale controle haar doel voorbij schiet en juist opstandige en van de normen afwijkende individuen oplevert. Ook kan sociale controle excessen in processen van in- en uitsluiting veroorzaken. In moderne samenlevingen probeert de overheid deze processen soms te beheersen o.a. door middel van (antidiscriminatie)wetgeving.

De mate waarin en de wijze waarop sociale controle plaatsvindt, is o.a. veranderd door individualisering en informalisering. Individualisering leidt tot het losmaken van traditionele sociale bindingen en daarmee van sociale controle.

Kleinschalige sociale banden maken plaats voor meer grootschalige anonieme verbanden (netwerkverbanden). Informalisering houdt in dat de verhoudingen en contacten tussen mensen minder hiërarchisch, minder formeel worden. Dit leidt tot een afname van het gezag van bepaalde (beroeps)groepen en van hun overdracht van en controle over waarden en normen.

 

naar schoolresultaten (§2.2)Havo

 

terug naar hoofdstuk 2Havo