§11.1 Prinsjesdag en de Algemene Politieke Beschouwingen

De Online Portal van het vak maatschappijwetenschappen

Op Prinsjesdag leest de Koning de Troonrede voor, die door de minister-president is geschreven. Daarmee vertelt hij eigenlijk de plannen van de regering voor het komende jaar. De minister van Financiën biedt op Prinsjesdag ‘het koffertje’ aan aan de Tweede Kamer. Hierin zit de Rijksbegroting en de Miljoenennota. De Rijksbegroting bevat de begrotingen van alle aparte ministeries, die dan nog een soort wetsvoorstellen zijn.

De Miljoenennota is eigenlijk een soort plan voor Nederland voor het komende jaar, uitgedrukt in getallen. Dit plan wordt gemaakt door de minister van Financiën, samen met de andere ministers. In het filmpje hieronder wordt uitgelegd wat er gebeurt van jouw stem tot aan de Miljoenennota en de Algemene Beschouwingen (Bron: het Ministerie van Financiën).

In de Miljoenennota wordt dus gepresenteerd hoeveel geld er op welke manier binnenkomt bij de overheid en waaraan dat wordt uitgegeven. Op deze interactieve poster van de Miljoenennota kun je het allemaal vinden en daar wordt per inkomst en uitgave meer uitleg gegeven door middel van filmpjes en plaatjes.

De Tweede Kamer gaat over de plannen van de regering debatteren. Dat gebeurt in de Algemene Politieke Beschouwingen, die vlak na Prinsjesdag plaatsvinden. De minister-president is dan aan het woord namens het kabinet en hij beantwoordt vragen van de Tweede Kamer.  In oktober wordt gedebatteerd over de Miljoenennota met de minister van Financiën. Als alle plannen uiteindelijk goed gekeurd zijn door de Eerste en de Tweede Kamer, kunnen ze worden uitgevoerd.

Op de site van de Tweede Kamer zijn veel debatten die gevoerd worden terug te zien. Zo ook de Algemene Politieke Beschouwingen. In 2017 werden deze samengevoegd met een debat over de regeringsverklaring van het toen net aangetreden kabinet. Klik hier om een stukje te zien van de Algemene Politieke Beschouwingen in 2016.

 

naar standpuntdimensies in meer detail (§11.2)Havo

 

terug naar hoofdstuk 11Havo