§6.3 Een reminder van §4.4

De Online Portal van het vak maatschappijwetenschappen

Paradigma’s zijn referentiekaders van onderzoekers, een soort wetenschappelijke ideologie. In paragraaf 4.4 behandelden we vier paradigma’s die helpen om de sociale werkelijkheid te verklaren.

Een valkuil is dat je misschien denkt dat een paradigma een beeld van de werkelijkheid is van mensen vergelijkbaar met een ideologie: het beeld van een wenselijke samenleving. Maar dat is onjuist. Een paradigma is een ‘wetenschappelijke bril’ waarmee een wetenschappers maatschappelijke verschijnselen op een bepaalde manier kunnen verklaren zoals criminaliteit of verschillen tussen arm en rijk. Iedere ‘bril’ (paradigma) geeft een ander beeld van een verschijnsel.

Met de ene bril zie je dus andere (oor)zaken dan met een andere bril. Daarom is het goed om met verschillende paradigma’s te werken zodat je begrijpt dat er niet één oorzaak is van een maatschappelijk verschijnsel. Probeer daarom een maatschappelijk verschijnsel ook met ‘distantie’ (van een emotionele afstand) te bekijken, alsof je uitzoomt op Google Maps. Ga niet in termen praten als ‘je’ of ‘ik’. Neem een beschouwende toon.


Actoren versus structuur
Als je paradigma’s in een schema zet, krijg je twee dimensies. De ene dimensie gaat over structuur versus actoren.  Sommige wetenschappers vinden dat structuur de beste verklaringen kan bieden voor kwesties in de maatschappij. Ze kijken op macroniveau naar de samenleving. Het conflict-paradigma en het functionalisme-paradigma horen hier bij.

Een structuur-paradigma herken je als een maatschappelijk verschijnsel wordt verklaard alsof de inrichting van de samenleving het gedrag van actoren bepaalt: structuur bepaalt individueel gedrag. Voorbeeld: waarom is er criminaliteit? Omdat door machtsverschillen in de samenleving de machthebbers hebben bepaald wat wel en wat niet legaal is. Structuur bepaalt gedrag.

Wetenschappers die meer op actoren gericht zijn, kijken op microniveau naar het gezamenlijke gedrag van individuen of groepen. Het rationele-actor-paradigma en het sociaal-constructivisme-paradigma zijn gericht op actoren in plaats van op de structuur.

Een actor-paradigma herken je als een maatschappelijk verschijnsel wordt verklaard door alsof het gedrag van actoren de inrichting van de samenleving bepaalt: individueel gedrag bepaalt structuur. Voorbeeld: waarom is er criminaliteit? Omdat sommige individuen daar meer voordeel in zien dan zich aan de wet te houden. Gedrag actoren zorgt voor een maatschappelijk verschijnsel.


Consensus versus conflict
Sommige wetenschappers zijn van mening dat conflicten de achterliggende basis zijn van een samenleving. Zij worden ook wel conflictsociologen genoemd en je ziet hen terug in het rationele-actor-paradigma en in het conflict-paradigma.

Als een maatschappelijk verschijnsel wordt verklaard vanuit conflicten rondom belangen, gaat het om het denken vanuit conflictparadigma of rationele-actor-paradigma.

Daar tegenover staan ordesociologen, die consensus zien als basis van de samenleving. Zij richten zich op een stabiele toestand in de samenleving is, overeenstemming. Hierbij passen het sociaal-constructivisme-paradigma en het functionalisme-paradigma.

Als een maatschappelijk verschijnsel wordt verklaard vanuit de consensus (overeenkomst) over wat mensen normaal vinden, gaat het om het sociaal-constructivisme-paradigma of het functionalisme-paradigma.


De paradigma’s in het kort:

  • Rationele-actor-paradigma
    Actoren streven zoveel mogelijk hun eigenbelang na. Bij het maken van keuzes gaan ze voor de meeste voordelen en minste nadelen voor henzelf. Oftewel: nutsmaximalisatie verklaart gedrag van individuele actoren. Ze denken rationeel en worden ook wel homo economicus genoemd.
  • Sociaal-constructivisme-paradigma / interactionisme-paradigma
    Gedrag van mensen wordt bepaald door hoe zij (gezamenlijk) de werkelijkheid zien, wat ze denken dat waar is. De sociale wereld bestaat uit denkbeelden (sociale werkelijkheid) over de materiële wereld (de maatschappelijke werkelijkheid) die ontstaan door interactie met mensen.
  • Functionalisme-paradigma
    De samenleving als geheel is een systeem, waarbinnen subsystemen hun functie hebben en de samenleving stabiel en in evenwicht houden. Een verstoring betekent geen stabiliteit meer en dat moet dan weer gevonden worden. Functionalisten gaan altijd op zoek naar processen in de samenleving die de samenleving doen overleven. Denk aan socialisatie en instituties.
  • Conflict-paradigma
    Conflictsociologen gaan uit van machtsverschillen in de samenleving: de machtigen zullen hun eigen belangen beschermen en vergaren bezit. Ongelijkheid in de samenleving is er altijd en conflicten hierover leiden tot veranderingen. De conflicten gaan over dat de ene groep meer macht heeft dan de andere en dat wordt gezien als ongelijk. Dit kan leiden tot bijvoorbeeld criminaliteit: een conflict waarbij een arme groep op illegale wijze probeert te verkrijgen wat een rijke machtige groep voor zichzelf heeft geclaimd.
naar socioloog Talcott Parsons(§6.3)Vwo

 

terug naar hoofdstuk 6Vwo