§14.5 Aanpak radicalisering

De Online Portal van het vak maatschappijwetenschappen

Wat is de reactie van gemeenten op terrorisme? Hoe pakken zij radicalisering aan? In de opdracht ‘terrorisme’ schrijf je een eigen advies je lokale gemeente over de aanpak van radicalisering. Hieronder staat een ander advies over deze aanpak. Deze tekst kun je voor vraag 9 van de opdracht ‘terrorisme’ vergelijken met je eigen advies.

“Iedere gemeente heeft tegenwoordig een aanpak of programma voor deradicalisering. Deze programma’s werken echter niet altijd omdat ze voorbijgaan aan de psychologische basisbehoeften van mensen. Sterker nog, ze kunnen het tegenovergestelde teweegbrengen.

Naar aanleiding van de aanslagen van Al Qaida en IS is er veel aandacht gekomen voor deradicalisering. Zo is er in Nederland zelfs een ‘deradicaliseringsindustrie’ ontstaan. Iedere gemeente of gevangenis heeft een aanpak of programma hiervoor. Deze programma’s worden sinds kort ook naar de EU geëxporteerd. Hierbij ligt de focus op de persoon als dader, ook wanneer deze nog niets heeft gedaan. De effectiviteit van deze programma’s is nog niet goed onderzocht, waardoor het de vraag is of ze werkelijk doeltreffend zijn. We kunnen ons zelfs afvragen of ze misschien juist een negatief effect bewerkstelligen.

Uit een rapport van het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving worden de volgende factoren genoemd die mogelijk verbonden zijn aan radicalisering en terrorisme: een migrantenachtergrond in combinatie met een mogelijke verbondenheid aan salafistische stromingen, lage sociaaleconomische status, psychische problemen, werkloosheid, een criminele carrière en het zoeken naar zingeving.

De sleutel voor effectieve deradicalisering ligt in het vervullen van de drie psychologische basisbehoeften. Dat zijn verbondenheid, competentie en autonomie voor mensen die in onze maatschappij minder kansen hebben. Onderwijs en opleiding richten zich op competentie en zingeving. We zien in onderzoek naar motivatie bij jongeren in jeugdgevangenissen en gesloten jeugdzorg dat een klimaat gericht op het vervullen van de basisbehoeften leidde tot meer motivatie en verandering.

Echter, deze deradicaliseringsprogramma’s kunnen gevoelens van haat versterken. Net als bij anti-pestprogramma’s maken ze mensen ook slimmer in het vinden van een methode om het systeem om de tuin te leiden, playing the system. Afspraken over hulpverlening en opleiding worden vaak niet nagekomen, er wordt gedreigd kinderen uit huis te zetten, et cetera. De afhankelijkheid en het gebrek aan autonomie spreken boekdelen in de persoonsgerichte aanpak.

De individueel- en dadergerichte aanpak van gemeenten, gevangenissen en samenleving zou moeten veranderen naar meer gericht op sociale rechtvaardigheid en het vervullen van psychologische basisbehoeften in onze samenleving. Wanneer we blijven focussen op competitie, met dus gebrek aan verbondenheid, competentie en autonomie, zullen mensen die basisbehoeften buiten de gemeenschap zoeken en blijven radicaliseren.”

Naar: Peer van der Helm, ‘Aanpak radicalisering moet anders’, SocialeVraagstukken.nl, februari 2019.

terug naar hoofdstuk 14Vwo

naar hoofdstuk 15Vwo