Debatvaardigheden VWO h3

De Online Portal van het vak maatschappijwetenschappen

Debatvaardigheden deel 3: systematisch denken 

In het opdrachtenboek werd de theorie van Daniel Kahneman over de twee systemen uitgelegd. In onderstaande les zal je gaan kijken op welke manier je die twee systemen bij jezelf kan herkennen.


Je leert in deze opdracht:
– welke plek vooroordelen hebben binnen ons denken in twee systemen

het activeren van systeem twee door het selecteren en ordenen van informatie- in dit geval een Ted Talk en geleerde kernconcepten. 

– Nuance aanbrengen in een mening over een stelling die op het eerste gezicht misschien wel belachelijk lijkt. 

  1. In hoofdstuk 3 heb je de definitie van stereotypen en vooroordelen kunnen lezen. Leg deze begrippen in je eigen woorden uit
  1. Wat hebben stereotypen en vooroordelen te maken met systeem 1 en systeem 2? 
  1. Bekijk nu de TedTalk van Nissrine Aissati: https://www.youtube.com/watch?v=fYmBItS3pjw

In de TedTalk bespreekt zij de vraag wat er gedaan kan worden tegen vooroordelen die al op jonge leeftijd ontstaan. 

  1. Wat was jouw eerste reactie toen jij de TedTalk van Nissrine Aissati bekeek?
  1. Welke vooroordelen beschrijft Nissrine over zichzelf/haar afkomst?
  1. Wat kan Nissrine ons leren over hoe om te gaan met ons systeem 1?

Kahneman zou over de geschetste situatie kunnen zeggen dat mensen dus uit hun vooroordelen moeten stappen en ook hierin langzamer moeten leren denken. In het opdrachtenboek is de volgende stelling aangedragen:

‘Jongeren moeten verplicht een maand ruilen van woning en gezin met een leeftijdsgenoot van een andere culturele afkomst’

Mogelijk, waarschijnlijk zelfs, vind je dit een bijzonder slecht plan. Toch valt er wat voor te zeggen. Speel advocaat van de duivel en probeer niet alleen argumenten tegen, maar ook voor te geven door het activeren van opgedane kennis: 

  1. Welke voor- en/of tegenargumenten bij de stelling kun je afleiden uit de TedTalk van Nissrine?
  2. Kies ten minste twee kernconcepten uit hoofdstuk 3 en leg uit wat deze te maken hebben met de stelling. Welke voor- en/of tegenargumenten zou je hieruit kunnen afleiden?
  3. Geef jouw oordeel over de stelling. Maak hierbij onderscheid tussen je snelle, gevoelige of intuïtieve reactie (systeem 1) en rationelere en tragere gedachten (systeem 2). 

Argumenten vanuit systeem 1:

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Argumenten vanuit systeem 2:

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Uiteindelijke oordeel over de stelling:

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 

Als het goed is heb je in deze opdracht geleerd dat ook hele praktische argumenten (‘organisatorisch niet haalbaar’) goede, logische argumenten kunnen zijn.
Je eerste reactie op de stelling was mogelijk, waarschijnlijk zelfs, ‘een belachelijk idee’. Maar door logisch redeneren aan de hand van de kernconcepten, heb je misschien wel een genuanceerder beeld, en kun je ook de voordelen van zo’n plan inzien.

Dit is redeneren en debatteren op basis van systeem twee: het gaat er niet om dat je je mening verandert, het gaat erom dat je goed hebt nagedacht en ziet dat er aan elk idee voor- en nadelen kleven!

  1. Bekijk je uiteindelijke oordeel: welke argumenten hebben de doorslag gegeven? Heeft de kennis over de werking van systeem 1 en systeem 2 je geholpen anders te reageren op de stelling dan je gewoonlijk zou doen?