§7.1 De verzuilde samenleving

De verzuiling, je hebt er bij het vak geschiedenis vast al eens over gehoord. In een groot deel van de 20e eeuw was er in Nederland sprake van een verzuilde samenleving. Dat betekende dat de samenleving was opgedeeld in maatschappelijke zuilen, op basis van geloofsovertuiging of maatschappelijke opvattingen. Zoals je in het boek hebt kunnen lezen, was er sprake van 4 grote zuilen: protestants, katholiek, socialistisch en liberaal.

Tijdens de verzuiling speelde het leven van de Nederlanders voornamelijk af binnen de eigen zuil. Iedere zuil had eigen organisaties op alle terreinen van het maatschappelijk leven, denk daarbij aan politiek, onderwijs, verenigingen en media, zoals radio- en televisieomroepen.

Het hoogtepunt van de verzuiling speelde zich af tijdens de jaren ‘30. Na de Tweede Wereld oorlog was er steeds meer animo voor het loskomen van het ‘hokjesdenken’. Een belangrijke begin van de ontzuiling was dan ook de oprichting van de Partij van de Arbeid in 1946. Naast sociaaldemocraten werden ook progressieve protestanten en progressieve katholieken lid van deze partij.

Maar de katholieke en protestantse leiders verzetten zich hiertegen en van een doorbraak kwam nog niet veel terecht. Pas midden jaren zestig werden onder invloed van de ontkerkelijking de scheidslijnen tussen de zuilen minder scherp.

Wil je meer weten over het leven tijdens de verzuiling? In dit filmpje kun je zien hoe de verkiezingen tijdens de verzuiling er aan toe gingen. En op deze pagina kun je lezen hoe het was om verliefd te zijn op iemand uit een andere zuil.