DEBATVAARDIGHEDEN DEEL 1: REDENEREN KUN JE LEREN

In je boek heb je de introductie over debatvaardigheden kunnen lezen. Bij dit eerste hoofdstuk ga je aan de slag met de stelling:

‘Ouders moeten gestraft worden voor de misdrijven van hun minderjarige kinderen’

Je leert in deze opdracht
– onderwerpen duidelijk af te bakenen en te definiëren
– informatie te selecteren uit verschillende typen bronnen
– met deze informatie argumenten op te bouwen of te (her)overwegen


1) Noteer jouw eerste reactie op de stelling; voor of tegen, eventuele argumenten of ideeën die in je opkomen.

Nu je je eerste mening hebt genoteerd, ga je wat research doen. Om een stelling goed te kunnen verdedigen of aanvallen, heb je namelijk informatie nodig.

Zorg in een debat of discussie altijd voor een duidelijke definitie van hetgeen waar je over praat. In dit geval dus:
– wat verstaan we onder misdrijven?

– wat verstaan we onder ‘minderjarige kinderen’ 
Het antwoord op deze twee vragen staat redelijk vast, het is namelijk bij wet bepaald. 


2) Zoek op internet de antwoorden op bovenstaande vragen en noteer deze.

Soms is er geen eenduidige definitie te geven van een begrip. Ook dan is het belangrijk om in ieder geval af te bakenen wat jij eronder verstaat, voordat je je argumenten verder gaat opstellen. Je staat sterker als je weet waar je het over hebt!

3) In dit geval zou je kunnen afbakenen wat je verstaat onder het ‘straffen van de ouders’.
Krijgen zij alle straf, gedeelde straf met hun kinderen, en wat voor een straf? Ook dat zijn zaken om mee te nemen in je argumentatie. Noteer je ideeën hierover.

4) Nieuws: Ga op zoek naar nieuwsberichten over jeugdcriminaliteit op de websites of socials van verschillende kranten. Lees en/of bekijk ten minste vijf berichten en noteer de opvallendheden (soorten misdrijven, alleen of in een groep, leeftijd van de daders, etc.) Noteer elk welke motieven (redenen) er genoemd worden voor de criminele daden.

5) Documentaire: Kijk de aflevering ‘dat is de Libi’ van ‘Tygo in de jeugdcriminaliteit’ vanaf 0:30 min via onderstaande link:
https://www.npo3.nl/tygo-in-de-jeugdcriminaliteit/18-03-2021/VPWON_1323014

Noteer alle oorzaken en motieven voor jeugdcriminaliteit die in het fragment voorbij komen. Noteer ook andere dingen die je opvallend vindt.

In de afgelopen decennia is er al veel onderzoek gedaan naar de oorzaken van criminaliteit. In dit onderdeel ga je hier wat meer over leren. 


6) waarom is het belangrijk om hier meer over te weten als je reageert op de stelling? 

Hieronder vind je een samenvatting van een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum. Dit is een overheidsinstelling waar veel onderzoek gedaan wordt naar diverse soorten criminaliteit en de gevolgen daarvan voor de samenleving. Het onderstaand onderzoek over de factoren die een rol spelen bij het ontstaan van jeugdcriminaliteit. Het gaat dan om dingen die een negatieve invloed hebben, maar ook om zogenaamde beschermende factoren: zaken die er voor zorgen dat je juist niét op het verkeerde pad raakt.

7) Maak twee kolommen in je schrift of word-document: ‘nature’ en ‘nurture’. Noteer alle oorzaken die je in de samenvattingen leest, in de juiste kolom. Zet daarna bij de risicofactoren een – en bij de beschermende factoren een +.



Risicofactoren en de ontwikkeling van een criminele carrière met High Impact Crimes

In dit literatuuronderzoek is een overzicht gemaakt van alle risico- en beschermende factoren in de kindertijd en vroege adolescentie (10 tot en met 15 jaar) die een voorspeller vormen voor het ontwikkelen van een criminele carrieren met High Impact Crimes (delicten die een ernstige inbreuk maken op de levenssfeer van slachtoffers, zoals straatroof, overvallen, woninginbraak en geweld) op latere leeftijd (16 tot en met 22 jaar).

De onderzoekers maakten dit overzicht door heel veel bestaand onderzoek te analyseren en naast elkaar te leggen. Zij kwamen tot de conclusie dat de factoren die een rol spelen zijn in te delen in individuele factoren, factoren in het gezinsdomein en factoren in de bredere context.

Individuele factoren die een risico vormen voor de ontwikkeling van crimineel gedrag zijn: ‘het vertonen van antisociaal gedrag op jonge leeftijd (bijvoorbeeld delinquentie, strafrechtelijke veroordeling), complicaties bij de geboorte, het hebben van agressie of gedragsproblemen in de kindertijd, het hebben van een positieve houding ten opzichte van crimineel gedrag en de aanwezigheid van psychopathische kenmerken en middelengebruik’ 


Factoren in het gezin die een rol spelen bleken: het hebben van een jonge moeder, antisociaal of crimineel gedrag door de ouders, een zwakke binding met ouders, inadequate opvoedstijlen door ouders, het ervaren van mishandeling en armoede van het gezin.


Factoren in bredere context die een rol spelen zijn: veel spijbelen, een lage schoolmotivatie, slechte schoolprestaties, het hebben van antisociale en/of delinquente vrienden, middelengebruik door vrienden, lid zijn van gang op jonge leeftijd en wonen in een achterstandsbuurt.

De onderzoekers maakten ook een overzicht van beschermende factoren. Op individueel niveau gaat het om een hoge mate van sociaal gedrag in de kindertijd, een gemiddeld of hoge intelligentie, een hoge mate van zelfcontrole, een lage mate van hyperactiviteit, de afwezigheid van een gedragsstoornis, weinig/geen psychopathische kenmerken, een lage mate van verlegen of teruggetrokken gedrag en een hoge inschatting van de pakkans.

Binnen het gezin zijn gezonde supervisie en monitoring door ouders belangrijk. Ook is het van belang dat ouders niet of nauwelijks fysiek straffen en dat er een hoge betrokkenheid is bij gezinsactiviteiten. Verder spelen een hogere leeftijd van de moeder bij de geboorte van het kind een hogere sociaal economische status en een goede woonomgeving een beschermende rol. 

In de bredere sociale context spelen onder andere deelname aan school, goede schoolprestaties en een positieve houding tegenover school een belangrijke rol 


naar: Beerthuizen, Van Leijsen, Van der Laan, ‘Risico- en beschermende factoren in de kindertijd en vroege adolescentie voor high impact crime in de latere adolescentie en jongvolwassenheid’ WODC, 2019 

Jouw referentiekader en je mening

Je hebt nu allerlei informatie bestudeerd over oorzaken en voorspellers van crimineel gedrag. Je hebt nieuwe informatie toegevoegd aan de informatie die al bestond in jouw referentiekader.

8) Beschrijf nu opnieuw je mening over de stelling:
‘Ouders moeten gestraft worden voor de misdrijven van hun minderjarige kinderen’
Is je mening deze veranderd? Wat is er veranderd? Hoe komt het dat het veranderd is? 

Tot slot
In deze opdracht leerde je om, voordat je een argumentatie opzet, vast te stellen waarover je praat: definiëren. Ook leerde je dat het belangrijk is om het onderwerp van debat af te bakenen. Daarnaast vulde je je referentiekader aan met nieuwe informatie.
Bij oordeelsvorming speelt je referentiekader altijd een belangrijke rol. Zoals bij iedereen is jouw referentiekader gevuld met kennis, waarden en normen die jou zijn bijgebracht en met herinneringen aan dingen die jij hebt meegemaakt. Dit referentiekader kleurt (mede) jouw oordeel over maatschappelijke vraagstukken. Misschien heb je bij deze opdracht al gemerkt dat je mening kan veranderen als je het oordeel vanuit referentiekader aanvult met (nieuwe) kennis. In het volgende hoofdstuk leer je meer over hoe je referentiekader een rol speelt bij oordeelsvorming. 


Terug naar hoofdstuk 1 Naar hoofdstuk 2