§3.2 Framing & polarisatie

Wanneer we het hebben over de protesten van Afro-Amerikanen tegen politiegeweld in de Verenigde Staten, gebruiken we het woord ‘protest’, in plaats van ‘demonstratie’ of ‘rellen’. Dit komt doordat het woord ‘demonstratie’ een positieve connotatie- en het woord ‘rellen’ een negatieve connotatie heeft. De woorden die je gebruikt kunnen dus heel bepalend zijn voor het verhaal dat je vertelt. Dit noemen we ook wel framing: het zodanig selecteren van een onderwerp dat een bepaalde interpretatie wordt benadrukt. 

Framing kan leiden tot polarisatie: het versterken van tegenstellingen tussen partijen of bevolkingsgroepen. Stel je voor, wanneer Ajax een negatief bericht over een speler Feyenoord naar buiten brengt, zal dit waarschijnlijk leiden tot meer sociale cohesie binnen de aparte voetbalclubs, maar ook tot meer rivaliteit tussen de voetbalclubs. Het toenemen van sociale cohesie kan op deze manier dus ook leiden tot polarisatie. 

Een sterke sociale cohesie in groepen, kan dus zorgen tussen conflicten tussen groepen. Dit zien we terug bij de Black Lives Matter beweging. Dit ontstond toen de Amerikaan George Floyd in juni 2020 overleed nadat een agent hem met geweld wilde aanhouden. De agent was wit en George Floyd zwart. In veel landen kwamen protesten tegen het geweld van de politie en racisme, met als leus “Black Lives Matter”.  Deze mensen voelden een sterke verbondenheid omdat ze ‘vochten’ voor dezelfde rechten.

Maar bij de protesten tegen het racisme, kwamen soms ook groepen die de mening deelden dat de protesten overdreven waren. Soms werd er dan gevochten tussen de groepen. Deze zwarte man droeg een witte man weg die werd aangevallen door demonstranten. Deze goede daad ging viral:

https://www.facebook.com/watch/?v=269227594408229&extid=wROwpwdzTxD23NuW

Terug naar hoofdstuk 3 §3.2 Opdracht 9